RSS
 

Reisverslag – november 2011

02 Jun

VERSLAG van het bezoek van Julia, Linda en Magda aan de dovenschool in Kaya 21 en 22 november 2011

 

Met chauffeur Bakary die we nog kenden van in februari reden we op maandag 21 november in een zeer oude mercedes van Ouagadougou naar Kaya. Met behalve Julia, Linda en mezelf ook 6 grote zakken met in totaal ongeveer 140 kg spullen aan boord. Bakary is een super goeie chauffeur, wat meer dan nodig is. Want in bewoond gebied is het verkeer hectisch en ongedisciplineerd, met veel brommers, fietsen, karren en voetgangers aan alle kanten. Hij is een jonge, vriendelijke, efficiënte, bescheiden, hulpvaardige en betrouwbare man, die ook in is voor een grapje, een plezier om samen mee onderweg te zijn.

Onderweg al belde Pamoussa Julia op haar Burkinees nummer wel 3 keer. Je kon daar al aan merken hoezeer ons bezoek hem bezighield en misschien ook gespannen maakte.

Pamoussa wachtte ons op zijn brommer op bij het binnenrijden van de stad, er volgde een hartelijke begroeting langs de kant van de weg, en wij reden achter hem aan. Bakary kende de gewone weg wel, maar deze blijkt al een tijd afgesloten door de studenten van een lyceum. Zij vinden dat deze weg, een zanderige piste, teveel stof teweegbrengt in hun lycée, en eisen asfaltering ervan. De passanten, ook deze voor een nabijgelegen ziekenhuis, inclusief de ambulance, moeten daarom al maanden langs een zeer hobbelige en nog meer stoffige grote omweg.

Aangekomen kwamen de leerkrachten één voor één uit hun klassen om ons buiten een hand te geven. Leerlingen stonden in de deuropeningen nieuwsgierig te kijken.

Pamoussa had blijkbaar een heel programma voorzien, maar dat kwamen we maar stapsgewijze aan de weet. Hij begon met ons rond te leiden langsheen het hele terrein. We bekeken de gebouwen. Daarna gingen we in alle klassen langs. Vervolgens laadden we onze zakken uit, en gingen we bij het museum riz sauce eten. Na de middag was er een vergadering met alle leraars. Tussendoor liepen wij gewoon en vrij overal in en uit, en waren ontspannen samen met leraars en leerlingen. We logeerden op een plaats waar het reglement zei dat ‘des vistes mixtes’ verboden waren en het reglement ons duidelijk maakte ‘ceci n’est pas un hotel de passage’.

Voor ochtend 2 had Pamoussa een bijeenkomst met de ouders geregeld.

 

HET TERREIN

Het terrein is ongeveer 91 x 75 x 78 x 52 meter. De bestaande en de aankomende klasgebouwen liggen langs de zijde van 91 meter, de ateliers langs de zijde van 75 meter. Deze gebouwen vormen dus een hoek, zonder aan elkaar vast te zitten.

Naast dit terrein wil Pamoussa graag een nieuw bijkomend stuk grond aankopen. Dat stuk van 2080 m² sluit aan bij de zijde van 52 cm, waardoor het geheel 131 x 75 x 118 x 52 zou gaan meten. De procedure voor aankoop van deze grond zou 2 tot 3 jaar duren en evenveel geld kosten als de grond zelf. Deze aankoop zou in totaal € 2.290,- kosten.

 

DE GEBOUWEN, van bij de toegang tot het terrein tegen de klok in:

– Het naaiatelier

We komen het terrein op in de hoek tussen het bestaande klasgebouw (ligt op de 91 m) en de ateliers door, en gaan dan linksaf en zijn bij het naaiatelier. Dat is niet veranderd.

– Het golfplaten afdak waar het schrijnwerkatelier onder werkt.

Dat zit tussen de twee ateliers en geeft schaduw.

– Het schrijnwerkatelier:

Dat wordt voorlopig gebruikt als klas. Buiten de uren stapelen de schrijnwerkers er hun gerief dat tijdens de uren onder het afdak staat.

– Een WC gebouw in aanbouw

De ateliers voorbij lopen we verder naar de linkerhoek die zo’n 75 meter is verwijderd van de hoek waar we het terrein opkwamen. Daar is een grote kubusvormige put gegraven met kaarsrechte wanden. Dat blijkt de put voor onder de 2 komende toiletten te zijn. Hij zal met bakstenen afgewerkt worden. De vloer die er bovenop komt bestaat uit betonnen panelen met diverse gaten die klaarliggen, of liggen ze te drogen? Daarop zal er een soort huisje met verluchtingsgaten worden gebouwd. Kostenplaatje: 3000,- EURO. Het grootste gedeelte daarvan komt van een bepaalde organisatie, maar de school zelf moest binnen een beperkte tijd voor ongeveer 300,- EURO zorgen om dat project te kunnen krijgen. Wel, daarvoor heeft Pamoussa tijdelijk een gedeelte gebruikt van de € 2000,- van Apatam, omdat hij geen ander geld had en deze gelegenheid niet kon laten voorbij gaan. Zo leerden wij dat het niet voorhanden hebben van liquiditeiten een groot probleem is als je van gelegenheden gebruik wilt maken, en dat je dat dikwijls niet kan voorzien.

– Een kantine, een toekomstplan

In de volgende hoek, maar dan van het uitgebreide terrein (dus inclusief het nog aan te kopen terrein) wil hij graag mettertijd een ‘cantine’ bouwen waar buitenstaanders komen eten en voor inkomsten zorgen, en waar leerlingen een soort horeca opleiding zouden krijgen.

Daar in de buurt zouden er een paar winkeltjes komen waar leerlingen leren om producten (van de school) te verkopen.

– Slaapplaatsen voor de internen, een toekomstplan

In de volgende hoek van het uitgebreide terrein zou een bescheiden en goedkoop gebouw met gescheiden slaapplaatsen voor jongens en meisjes komen (geschat op € 4.800,-) voor de 20 interne leerlingen. Later meer over de internen.

– De bouwwerken voor de 3 nieuwe klaslokalen

De gebouwen zagen er nog niet veel anders uit dan op de foto’s van augustus. De tweede dag van ons bezoek sloegen arbeiders weer aan het werk met het ijzervlechten en aanbrengen van bekistingen boven de openingen van ramen en deuren. Het schoot zienderogen op en was extra goed om te zien gebeuren omdat dat kon dank zij Apatam!

Een misverstand kwam aan het licht. Wij vinden een gebouw ‘dicht’ als er een en dak op staat waardoor het tegen regen beschermd is. Zij vinden het dicht als er ramen en deuren in staan zodat er geen dieren in kunnen, een dak kan later nog. Het geld dat wij nu meegenomen hadden besteden ze om het volgens hun normen dicht te maken. Het dak kan pas met een volgende schijf bekostigd worden.

Langs de voorkant van dit gebouw komt er een oversteek van ongeveer 1 meter, in goedkopere golfplaten dan deze van het dak, voor schaduw, zodat leerlingen er zich desgewenst onder kunnen zetten om te studeren.

– Tussen de nieuwe en de bestaande klasgebouwen wil Pamoussa een bureau voor zichzelf  en een opslagplaatsje bouwen.

Dit zou niet duur uitvallen omdat twee zijmuren er al staan. Maar het is toekomstmuziek. Wij vinden het wel belangrijk, want nu kunnen Pamoussa en alles wat tijdelijk of voor langere duur moet opgeslagen worden alleen in de klassen terecht.

– Het bestaande gebouw met 3 klassen

De ramen en deuren van alle reeds bestaande gebouwen zijn geel geverfd, wat een frisse en vrolijke aanblik geeft.

Bovenaan op de gevel van de middelste klas hangt nu een plakkaat met de naam van de school.

DE KLASSEN

Na deze rondleiding met vele enthousiaste toelichtingen gaan we langs in alle klassen.

– De lagere school klassen tellen 9, 10, 11, 34 leerlingen. De groep van 34 telt de kleinsten, ze zitten met velen samengepropt op de bankjes.

Allemaal springen ze recht als we binnenkomen en groeten ze ons met gebarentaal EN – wat nieuw is voor ons – een aantal van hen hoort en spreekt en roept dan ook tegelijkertijd: ‘bonjour madame’ of ‘bonjour monsieur’, waarbij de leerkracht telkens moet uitleggen dat wij madammen zijn. Daarom herhalen zij hun begroeting enkele keren, tot het klopt. Ze vinden het heel prettig. Dan zwaaien sommigen met hun schrift omdat ze graag willen dat wij die bekijken of fotograferen. Een paar van hen spurten naar het bord. Eén van beiden wijst aan met een stok en de ander leest, met gebarentaal of met woorden, of beide tegelijk. Ze schateren als ze zichzelf op het schermpje van een fotoapparaat zien. Enkele leerlingen zijn afwezig, twee wegens epilepsieaanvallen, anderen wegens ziekte. Eén doof kind heeft maar één arm en spreekt desalniettemin gebarentaal. In de drie klaslokalen staat bouwmateriaal gestapeld. Er heerst overal een combinatie van een uitgelaten en tegelijkertijd beheerste sfeer. Sommige kinderen zijn echt ‘opgekleed’, wij denken dat dat ter gelegenheid van ons bezoek is.

– In het naaiatelier zijn 7 leerlingen, en een nieuwe leraar die naast deze baan zelf een naaiatelier heeft in de stad.

Er zijn nog altijd dezelfde 5 aftandse trapnaaimachines, maar nu ook twee hoge tafels om patronen aan te knippen, gemaakt van gerecupereerde planken door het schrijnwerkatelier Verder is er weinig materiaal aanwezig.

– De schrijnwerkers

In de schaduw van het afdak (5,20 m x 4 m) tussen het naai- en schrijnwerkatelier zijn de 5 leerlingen van het schrijnwerkatelier aan het werk. Hun leraar gaf vroeger samen met Pamoussa les in een andere school. Ook hij heeft een eigen zaak en hij kent materialen, prijzen en de markt. Zij hebben van oude meubels en stukken hout zelf een werkbank en een koffer voor wat eenvoudig werkgerief gemaakt en er staat de rest van een plaat triplex. Naargelang de schaduw opschuift verplaatsen ze alles om verder te werken. Ze laten ons trots mini modellen van tafels, bedden en stoelen zien. Wij denken aan speelgoed, maar zij kennen dit soort speelgoed niet. Ze hebben geen materiaal om echte dingen te maken, maar leren op deze manier de technieken (zwaluwstaart etc.) kennen en toepassen. Inventief, en ook zielig.

– Een extra klas in het schrijnwerkatelier

In het eigenlijke lokaal voor het schrijnwerkatelier zitten bij voorlopig gebrek aan ruimte de oudste lagere school leerlingen. Achteraan in de klas staan spullen van het schrijnwerkatelier, en buiten de uren worden er ook de spullen van onder het afdak in gezet.

Alle klassen zijn nu afgewerkt met een crepi waarin verf (vaalblauw) en voor het onderste gedeelte van de muren verf (grijs) en een verstevigend product (‘tiloliène’, een mengeling van poeder van graniet met witte cement) zit. Het ziet er beter afgewerkt uit, maar nog steeds grauw en saai.

 

LUNCHTIJD

De school heeft middagpauze, de meeste leerlingen gaan naar huis of naar hun opvangfamilie om te eten, anderen blijven rondhangen.

We laden de indrukwekkend vele en grote zakken met de meegebrachte spullen uit de auto. Alle leerkrachten snellen toe om te helpen! Er ontstaat een vrolijke en uitgelaten sfeer. Eén houdt het basketbalnet tegen de muur, anderen gooien er ballen in. Pamoussa wil niet dat ze verder iets uitpakken. Later blijkt waarom. Zie onder de titel ‘geld en middelen’.

We gaan nu met hem iets eten, terug langs stoffige pistes naar een simpel restaurantje onder een apatam bij het museum. We eten er natuurlijk Riz Sauce, dat kost ongeveer een euro per persoon, flessenwater inbegrepen.

 

ONZE SAMENWERKING

Tijdens de lunch praten we met Pamoussa indringend over hoezeer transparantie nodig is voor onszelf en vooral voor onze achterban om gemotiveerd te blijven. Dat we het niet bedoelen als kritiek, wel graag willen dat hij ons en onze kijkwijze probeert te begrijpen zoals wij dat ook tegenover hem proberen te doen. Dat wij anderen alleen kunnen motiveren en vertrouwen kunnen geven met de echte feiten en de echte af- en overwegingen. Dat herhalen we tijdens ons gesprek telkens we van onze kant iets vragen of verduidelijken.

Hij legt zijn kant van het verhaal uit aan de hand van de besteding van onze gift van 2000,- van vorig schooljaar, door ons bestemd om 1/3 van de kosten van de salarissen en van het eten voor de internen te betalen:

300,- ging naar de bijdrage van de school voor het WC gebouw. De rest van de 2000,- ging naar de cursus- en verblijfskosten voor 2 nieuwe leerkrachten die in opleiding zijn om met doven te werken. Er zijn immers meer leerlingen en voor meer klassen (komende nieuwbouw) is er behoefte aan meer onderwijzenden. De nieuweling volgt gedurende een jaar een opleiding om zelf gebarentaal te leren en om te leren werken met dove kinderen. Deze investering leek Pamoussa prioritair. Bovendien krijgt hij nu door het grotere leerlingenaantal en de grote motivatie van de ouders iets meer schoolgeld binnen, waardoor hij de onderwijzenden voorlopig niet volledig maar redelijk kon betalen.

 

Pamoussa kon ons overtuigen van het goed gebruik van het geld van Apatam, en van hoe hij de kosten van zijn personeel en de zorg voor de internen waarvoor wij het geld bestemd hadden, enigszins voor mekaar krijgt. We spraken af dat hij ons in de toekomst duidelijker en eerder zal informeren over beslissingen die afwijken van de afspraken en van onze verwachtingen, zodat wij zijn logica kennen en kunnen volgen, en er ev. ook iets van kunnen vinden. Als je zijn uitleg en redeneringen hoort, en meemaakt hoe de dingen in deze maatschappij werken, dan begrijp je dat het niet hebben van liquiditeiten soms plotse ommezwaaien in de bestedingplannen nodig maakt. Het probleem zit hem dus wat ons betreft in het al dan niet en tijdig communiceren daarover, het is zeker niet dat hij het geld onterecht of voor iets verkeerds zou gebruiken.

Van onze kant: ook tijdens de bijeenkomsten met leraars en ouders hebben wij verteld over hoe wij werken en denken en waarom. Ook dat was voor hem verhelderend. Hij noch de anderen vragen ons zelf daarnaar, maar ze luisteren wel echt en met veel interesse als je het hun vertelt.

 

Wij hebben de indruk dat wij hem nu beter kunnen volgen, en hij ons. We denken ook dat het hiermee niet klaar is, dat we hem telkens opnieuw moeten vertellen dat wij open en duidelijke informatie verwachten, en des te meer wanneer die afwijkt van wat we eerder afspraken.

 

VERGADERING MET DE ONDERWIJZENDEN

Na de lunch is er de vergadering met Pamoussa en 8 leerkrachten (één is afwezig wegens in opleiding, de tweede in opleiding is nog niet in dienst). In een klaslokaal zijn de banken herschikt. Wij worden op een bankje vooraan geplaatst, de anderen zitten in een ongelijke kring tegenover ons. Pamoussa leidt alles in en geeft overzichten. Eerst komt er een ceremoniële ronkende welkomsttoespraak met vele bedankingen.

De leraars stellen zichzelf voor, deels hun papier met hun voorbereiding aflezend. Naast hun verantwoordelijkheid als leraar voor een klas of een vak heeft elk van hen een bijkomende rol: de algemene supervisie, de schoolse opvoeding, het beheer van de dagkas die bijdragen van de ouders en kleine uitgaven regelt et registreert, sport, cultuur, secretariaat (diegene die in een cybercafé dingen typt, opslaat, print, doorstuurt), de kantine, de artisanale producten, enzovoort. We krijgen een getypte lijst met hun namen en verantwoordelijkheden.

Het reglement voor de leraars ivm afwezigheden wordt voorgelezen. Ook die krijgen we op papier.

Verder volgen overzichten van de bouwplannen en kosten, en begrotingen voor de inrichting van de klassen en ateliers.

Uit alles blijkt dat er een goede samenwerking , een grote openheid en betrokkenheid is.

Na afloop van hun presentaties konden wij ook wat zeggen en vragen.

We vertelden over Apatam, hoe de vzw ontstond (8 oude vrouwen met pensioen, die elkaar leerden kennen toen ze samen op school zaten, die met hun energie en ervaringen iets zinvols willen doen, etc.), wat de naam wil zeggen (is een woord in het Ewé, een hoofdtaal in Togo), waarom we in hen geloven en deze school uitkozen om te ondersteunen (Maire-Thérèse, hun idealen, de zin van wat zij doen, de grote nood), wat wij doen om aan geld en spullen voor hen te komen (en dat wij zelf niet zoveel geld hebben, maar onze vrienden en kennissen mobiliseren om allemaal een beetje te geven), wat anderen doen om ons dat geld te kunnen geven, enzovoort. Hun aandacht en interesse waren zeer groot. Vooral de anekdotes sloegen aan.

Daarna vroegen we hen waarom zij hier werken en willen werken, en wat hun de energie geeft om te doen wat ze doen en om het op deze manier te doen. Een greep uit de antwoorden:

– Heb zelf een doofstom kind

– Was en ben nieuwsgierig hoe je doofstomme kinderen iets kunt bijbrengen

– Doofstomme kinderen zijn in de maatschappij van geen tel en worden ook in de familie aan de kant gelaten

– Helpen voor de meest behoevenden

– L’amour des enfants et des handicapés

– Ik heb een naaiatelier in de stad en Pamoussa vroeg het en had mijn hulp nodig

– De transparantie hier op school

– De goed verstandhouding tussen ons allen (wie kan en wil komt zomaar op zondag bij de school samen thee drinken)

– De vooruitgang die je ziet bij de kinderen

– Kunnen helpen

– De liefde voor kinderen

– Dat de kinderen zouden worden zoals de anderen, en een vak hebben

– Dat de kinderen leren om zelfstandig te leven

– Dat de kinderen openbloeien.

Pamoussa zegt dat hij mensen benadert, maar ze wel uitkiest volgens of ze ‘la vocation de l’amour’ hebben.

 

NODEN EN WENSEN, naast gebouwen en inrichting:
OPLEIDING VAN LERAARS, KWALITEIT VAN HET ONDERWIJS

We krijgen op papier rekeningen en begrotingen voor de opleiding en de gewenste bijscholingen van de leraars. Het zijn grote bedragen!

Zij leren gebarentaal en ze leren onderwijs geven aan doven en aan gemengde klassen van doven en horenden. Deze basisopleiding van 1 jaar kost ruim € 2000,-.

De leerkrachten zeggen: De opleiding om te werken met doven en slechthorenden is continu nodig, is nooit af.

Bedoeling is dat de leraars regelmatig blijven leren via bijscholing, ‘stages de recyclage’ en studiereizen. Wij krijgen een overzicht te zien van wat nu wenselijk zou zijn, voor in totaal € 2274,-:

Opleiding gebarentaal, 7 dagen voor 12 personen: € 756,-.

Opleiding ‘Education inclusive’, 7 dagen voor 12 personen: € 756,-.

Opleiding ‘Communication totale’, 7 dagen voor 12 personen: € 756,-.

Om de kwaliteit van het onderwijs op peil te hebben en te houden, en om in orde te zijn wat het leerprogramma betreft, volgt Pamoussa het officiële curriculum en laat hij elk jaar de inspectie komen. Omdat deze school een privéschool en geen staatsschool is komt de inspectie niet vanzelf. Ze komt als je hun (benzine?) betaalt, een bedrag van € 33,- (het normale maandsalaris van een leerkracht is € 45,-)

De kinderen van de hoogste klas worden speciaal opgevolgd, ook Pamoussa bemoeit zich met hen. Over 2 jaar doen ze mee aan een nationaal examen. Wie daarop een bepaald percentage haalt mag daarna gratis (- je betaalt geen schoolgeld) naar bepaalde betere scholen om verder te studeren.

DIDACTISCH MATERIAAL

Er is tekort aan regels, driehoekmeters, wereldbol of -kaart, etc. voor elke klas, op dit moment voor een totaal van € 222,-.

Ook aan ‘Guides du maître’, handboeken die bestaan voor elk jaar en elk vak: nood op dit moment voor een totaal van € 308,-.

Ze zouden boeken willen hebben om een bibliotheek te ontwikkelen.

60 banken voor in totaal € 189,-.

8 kasten voor in totaal € 1200,-

In elke klas is er een muur met een zwarte krijtbord, maar is er ook een groot verplaatsbaar bord met ezel nodig, voor teksten, opgaven e.a. die een tijdlang moeten blijven staan: € 30,- per stuk x 3 = € 90,-.

Per klas is er een bureau nodig voor de leraar, met afsluitbare lades voor het opbergen van documenten: € 120,- per stuk x 6 = € 720,-.

Voor het naaiatelier: zie eerdere documenten.

Voor het schrijnwerkatelier: zie eerder documenten.

 

SPORT

Wat sport betreft wordt er op dit moment alleen aan snellopen gedaan, omdat dat geen speciale infrastructuur, materiaal en uitrusting vergt. Ze hebben een équipe van 12 die vorig jaar de derde prijs 1500 meter won in een nationale scholenwedstrijd. Maar schoenen zijn een probleem, ze hebben er namelijk geen. En voor de meisjes het feit dat ze in een rokje moeten lopen omdat ze geen andere kleren hebben.

Gewenst:

12 maillots à € 7,50 = Totaal € 90,-

12 paar loopschoenen à 4,50 = Totaal € 54,-

Ook materiaal en kledij voor andere sporten zijn zeer welkom.

Bijvoorbeeld: 2 ballen à 22,50 = Totaal € 45,-

 

MUZIEK

Als er een muziekinstallatie of muziekinstrumenten zouden zijn dan zouden ze ook in dorpen kunnen optreden met muziek en dans. Doven zouden perfect vibraties en ritmes kunnen voelen.

De verantwoordelijke voor cultuur droomt van

Een ‘groupe électrogène’ voor € 150,-

Matériel de sonorisation voor € 750,-

10 tenues traditionnelles à € 3,70 = € 37,-

 

DOOR ONS GEDACHT (maar niet beloofd of zelfs uitgesproken)

Zelf dachten we dat het bijeenbrengen van (kinder)fietsen voor kinderen die van ver weg moeten komen een goed idee zou kunnen zijn. De school zou ze op basis van een paar afspraken aan de kinderen kunnen uitlenen.

We dachten ook dat we regelmatig in kringloopwinkels kunnen zoeken naar een volleybalnet, ballen voor basket, volley en voetbal, springkoorden, etc.

Een laptop voor de secretaris willen we ook graag op de lijst zetten. Hij zou hem opgeladen mee naar de school kunnen nemen om erop te werken, en/of er thuis op werken, en in de stad alleen nog gaan printen wat nodig is.

Meenemen: 8 haken om de buitendeuren van de klassen open te houden tegen de muur.

 

GELD EN MIDDELEN

– Elk inkomend en uitgaand bedrag, hoe klein dan ook, wordt opgeschreven en verantwoord, zo mogelijk met ontvangstbewijzen en rekeningen. De kasverantwoordelijke en de secretaris zorgen daarvoor, en alles wordt nogmaals gecontroleerd door Pamoussa. Er is volstrekte openheid over cijfers en geld. Pamoussa staat op volledige openheid, want zegt hij: ‘deze structuur moet ook zonder mij verder’. Hij beperkt zich niet tot instructies. Iedereen moet zijn verantwoordelijkheid nemen en duidelijk en eerlijk zijn, ten behoeve van de toekomst van de school. Als mensen denken dat er iets niet klopt dan gaat hun verantwoordelijkheid en motivatie achteruit. Aldus Pamoussa.

 – Schoolgeld:
Het schoolgeld bedraagt € 11,25 per kind per jaar. Daarvan gaat € 7,50 rechtstreeks naar de school, en € 3,75 wordt beheerd door het oudercomité. Sommige ouders kunnen dit bedrag niet betalen. De school dringt dan aan dat ze toch iets geven. Mochten ze het volledige bedrag eisen dan zouden de ouders hun kinderen thuishouden omdat ze het geld echt niet hebben.
In oktober ( de eerste maand van het nieuwe schooljaar) kwam er € 146,- binnen en ging er € 144,- uit, rest dus € 1,95. De leerkrachten werden ‘enigszins’ betaald. Dat kan volgens ons alleen maar omdat ze zo goed gemotiveerd zijn en door de openheid en het enthousiasme van Pamoussa.

 – Wat wij in de 6 zakken meebrachten wil Pamoussa sorteren. Alles wat niet rechtstreeks in de school kan gebruikt worden (zoals kleding, schoenen, …) wil hij niet uitdelen. Hij wil een ‘kermesse’ organiseren waarop ze deze spullen zouden verkopen en het geld zou bij de inkomsten van de school komen. Wij hebben dit idee toegejuicht!

 – Wat de bouw betreft: Pamoussa werkt niet met één aannnemer of op basis van één offerte voor alles. De ervaring leerde hem dat afspraken en overleg met de stielmannen en de uitvoeders zelf controle toelaat en uiteindelijk goedkoper is. Hij bouwt voort naargelang hij daarvoor geld krijgt, stapsgewijze.

 – Pamoussa denkt na over een idee van Belgische zendelingen in Burkina. Zij doen elk kind schoolgeld betalen. In ruil daarvoor krijgt elke familie elke maand voedsel, bijvoorbeeld en zak rijst of graan. Maar alleen op voorwaarde dat ze hun kind naar school hebben gestuurd.

 

DE INTERNEN

Er zijn op dit moment 20 internen, 10 jongens en 10 meisjes.
De gardien van de school woont vlakbij het schoolterrein op een klein ommuurd erf met twee kleine huisjes, alles in lokale klei gemaakt. De vrouw van de gardien zorgt voor het eten van de internen.

De meisjes slapen met haar en haar kleine kinderen in het ene kleine huisje. Je snapt niet hoe ze daarin geraken. De jongens slapen samen met de gardien in het andere kleine huisje of in een klas of ergens buiten.

Pamoussa hoopt het bijkomende perceel te kunnen kopen en daarop, vlakbij waar de internen nu terecht kunnen, een bescheiden gebouw te bouwen met een aparte kamer voor de jongens en één voor de meisjes. Die kamers moeten niet groot zijn zegt hij, alleen hun slaapmatjes moeten erin kunnen.

 

VERGADERING MET DE OUDERS

Op dag 2 komen wij rond 8 uur aan bij de school. In de schaduw van de boom zitten ouders op ons te wachten, mannen aan de ene kant, vrouwen aan de andere. We tellen 16 vrouwen en 10 mannen. Een opkomst van ongeveer 1 op 3, groot vinden wij.
Twee vaders reden in alle vroegte ieder ongeveer 45 km op een krakkemige aftandse fiets naar de school om erbij te zijn. Eén van hen bracht in een lege graan- of cementzak een bodem maïsmeel mee voor zijn intern dochtertje en daarop een bol zeep.
Pamoussa leidt de vergadering in. Alles wordt uit hun taal naar het Frans vertaald of omgekeerd, ofwel door Pamoussa ofwel door een mevrouw die zelf les geeft in een gewone school en hier haar doof dochtertje heeft. Ze vroeg op haar school een halve dag vrij voor deze ontmoeting.
Door deze vertaling gaan de gesprekken zin per zin.
Pamoussa: Dat het oudercomité ons bedankt, dat zij alles doen voor hun kind, dat een ‘parainage’ met een school bij ons boeiend zou zijn, zodat ze het leven hier en daar zouden leren kennen om het hier te verbeteren. Hij vertelt de plannen van het oudercomité: een kermesse organiseren met de kinderen waarop onder andere de spullen die wij meegebracht hebben zouden verkocht worden, de beplanting (met bomen) van het schoolterrein, een soort schoolreisjes met de kinderen zodat ze ook ergens anders komen dan in Kaya, en hun wereld verbreden en opengooien.
Vervolgens vraagt hij hun om open te zijn en alles te vragen en te zeggen wat ze willen.

Wij beginnen met aan hen uit te leggen wie wij zijn en wat wij doen, de dingen die we ook al aan de leraars verteld hebben. Ook zij vinden ons verhaal van ‘8 oude vrouwen die …’ en de anekdotes schitterend: de lopers in de bergen die geld vroegen per kilometer en dat aan Apatam gaven, iemand die koekjes bakte op een wijkfeest en die voor hen verkocht, enzovoort. Dan vroegen wij hun waarom ze hun kind naar school en naar deze school sturen en wat ze appreciëren in deze school. Hun antwoorden waren soms ontroerend:

– Daarvoor wisten we niet waar naartoe met ons kind

– Voordien waren er problemen tussen ons kind en ons. Nu weet ons kind het verschil tussen wat goed en slecht is, en we kunnen met hem communiceren

– Nu zijn er geen problemen meer met mijn kind, noch thuis, noch op school. Op 2 jaar kreeg mijn dochter meningitis, maar deze eerst werd niet en daarna veel te laat gediagnosticeerd, waardoor ze doof geworden is. Ze is nu 6 en ze is gelukkig. Ze kan van alles. Ze speelt met de andere kinderen zoals een ander kind. Ze onderneemt zaken, neemt verantwoordelijkheden, is vrolijk.

– Mijn horende kinderen zeggen nu tegen elkaar goeie morgen in gebarentaal en wij verstaan het niet. Zo goed verstaan ze elkaar.

– De horende kinderen komen ’s morgens mijn dochtertje thuis ophalen of zij haalt hen op: ze hoort erbij.

– Dat zij kunnen lezen en schrijven is belangrijk voor de communicatie

– Zij krijgen hier ‘l’ esprit ouvert’

– Voordien wekte hij medelijden op. Nu is hij zoals de andere kinderen.

– Nu staat mijn kind op, wast zich, neemt zijn tas en vertrekt naar school. Hij leerde zich te verzorgen en verantwoordelijkheid te nemen.

– Mijn kind is interne en wilde eerst niet blijven. Na één trimester wilde hij graag komen, hij is tevreden. Hij maakt zelfs reclame voor de school.

– Ze krijgen hier een goede opvoeding ‘morale et civique’. Hij is nu beleefd, hij groet de mensen en zo.

– Vroeger sloeg hij de anderen, hij schreeuwde en tierde, we lieten hem in een hoek zitten, hij hoorde er niet bij.

– Eerst wilde het kind niet komen. Nu: graag!

– Hier krijgen ze een schoolse opvoeding en ze kunnen een vak leren: zo is zijn toekomst veelbelovend.

Tenslotte zei iemand al grappend: Ik hou me liever in want nog meer lofbetuigingen zouden pijn gaan doen.

 

Wijsheden die Pamoussa debiteerde:

‘Als iemand je rug wast moet je daarna niet zeggen: hé, nu ook mijn gezicht nog.’

‘Als je iemand in een boom wilt krijgen dan moet je hem een duw tegen de billen geven.’

 We lopen nog wat rond, doen links en rechts babbeltjes met ouders en leraars, stoeien wat met de kinderen. We leerden elkaar kennen en voelen ons wederzijds meer op ons gemak bij elkaar.

 

HET AFSCHEID is warm en hartelijk. We worden door Pamoussa en de leraars gekust en krijgen alle 3 door één van de dames een halssnoer in kleiparels omgehangen en een armbandje. Er worden groepsfoto’s gemaakt.

We hebben Marie-Thérèse gemist, haar hulp en steun maar vooral haar inspiratie en manier van naar de dingen te kijken. Maar zoals dat gaat: elk nadeel heeft zijn voordeel, we hebben één en ander zelf moeten aanpakken en tot een redelijk einde gebracht. Malgré cela tu nous as manqué beaucoup chère Marie-Thérèse !

 

Magda Mertens, december 2011

 

 

Reacties zijn gesloten.